vrijdag 4 februari 2022

Lectio divina lingua latina Liturgia Horarum Die 5 februarii S. Agathæ, virginis et martyris Ab ipso bonitatis fonte Deo donata. Haar naam werd haar door God, de bron van alle goed, geschonken.


Memoria
Ad Officium lectionis

Introductio
Martyrium subiit Catanæ in Sicilia, probabiliter in persecutione Decii. Eius cultus iam ab antiquo per totam Ecclesiam diffusus est eiusque nomen in Canonem Romanum insertum.
Lectio altera
Ex Oratióne sancti Methódii Sículi epíscopi in sanctam Agatham
(Analecta Bollandiana 68, 76-78)
Ab ipso bonitatis fonte Deo donata
Anniversária sanctæ mártyris commemorátio in unum hunc locum nos omnes collégit, ut nostis, o mei auditóres, antíquæ quidem mártyris et primáriæ propter insígne certámen, sed vero recéntis, quæ quasi nunc decertándo vincat propter divína mirácula, quibus cotídie coronátur, pulchréque decorátur.
Virgo quidem est, quia ex immortális Dei Verbo (quod étiam propter me in carne sua mortem gustávit) indivisóque Dei Fílio nata est, ut lóquitur theólogus Ioánnes: Quotquot autem recepérunt eum, dedit eis potestátem fílios Dei fíeri.
Múlier ígitur virgo, quæ vos invitávit ad nostrum religiósum épulum, illa est múlier bene despónsa uni viro Christo, ut verbis utar apóstoli Pauli de thálami coniunctióne.
Virgo, quæ consciéntiæ a lúmine, coloréque sánguinis veri diviníque Agni et lábia sua et genas et linguam purpurissábat exornabátque, necnon étiam contínua mentis suæ cognitióne necem sui studiósi amatóris, quasi nuper sánguine madéntis, revolvébat intúsque circumferébat; ut hæc stola eius confessiónis non solum indelébilem ferret Christi notam purpúrei sánguinis alte iam imbíbiti, sed étiam virginális eloquéntiæ thesáuros adveniéntibus pósteris elegántes eiúsmodi colóres una cum non deficiénte verbórum scaturígine impartíret.
Hæc ítaque vere bona, quippe Dei pars exsístens, eídem Sponso suo et rursus nobis boni communióne, qua nóminis sui vim significationémque refert, Agatha, ab ipso bonitátis fonte Deo concéssa, donóque data.
Quid autem magis benéficum quam summum bonum? et quid magis celebrándum laudum præcóniis quíspiam invéniat quam Agatham?
Agatha, cuius bónitas ad nomen, ad ipsámque rem quadrat; Agatha, quæ rebus præcláre gestis bonum nomen præ se fert, et in ipso nómine præcláre abs se gesta demónstrat; Agatha, quæ vel suo nómine állicit, ut ad sese omnes maximópere occúrrant, quæ étiam suo exémplo docet, ut ad verum bonum, qui solus Deus est, omnes sine mora secum conténdant.

Ter inleiding
Agatha onderging de marteldood te Catania op het eiland Sicilië, waarschijnlijk tijdens de christenvervolging onder keizer Decius. Haar verering heeft zich spoedig na haar dood over de gehele kerk verbreid. Haar naam is opgenomen in de Romeinse canon (Eucharistisch Gebed 1).
Tweede lezing

Uit de lofrede van de heilige Methodius, bisschop van Constantinopel († 847), op de heilige Agatha

Haar naam werd haar door God, de bron van alle goed, geschonken.

Ieder jaar herdenken wij deze martelares en dat feit heeft ons allen hier samengebracht. Gij weet het: een martelares, heel oud als het gaat om de tijd waarin zij gestreden heeft, maar jong omdat zij ook nu nog als het ware strijd levert door het verrichten van wonderen en zo dag aan dag wordt getooid met een overwinningskrans.
Zij is een jonge vrouw, geboren uit het onvergankelijke Woord van God, de ene en onafscheidelijke Zoon, die ook voor mij als mens de dood heeft geproefd in zijn vlees. Dat zegt Johannes, de evangelist: ‘Aan allen die Hem aanvaardden, aan hen gaf Hij het vermogen kinderen van God te worden’ (Joh. 1, 12).
Een jonge vrouw, die onze gast is bij deze gewijde maaltijd. Een vrouw, die zich verloofd heeft met haar ene bruidegom, Christus, om de beeldspraak van de apostel Paulus over het huwelijk te gebruiken. Een meisje, dat in haar strenge plichtsbesef met het purperrode bloed van het ware en goddelijke Lam haar lippen, wangen en haar tong gesierd en gekleurd heeft. Door een blijvende inzet van haar geest droeg zij, als was het bloed nog vers, de dood van haar Geliefde met zich mee. Zo is het kleed van haar marteldood onuitwisbaar gedrenkt in het purperrode bloed van Christus; zo laat zij voor komende generaties het rode bloed van haar ongereptheid stromen in de niet opdrogende vloed van haar welsprekend getuigenis.
Deze Agatha is er - zoals haar naam zegt - voor God, haar Bruidegom, als het goede deel van Hem, en verder voor ons, omdat zij het goede overdraagt. Zij is een geschenk uit de overgrote goedheid van de Heer.
Wat kan er nog aangenamer zijn dan het goede? Dan is er niets te vinden dat meer lof verdient dan Agatha.
Agatha is goedheid: met haar naam en metterdaad. Zij laat in haar daden zien hoe zij heet, zij toont in haar naam wat zij doet. Agatha oefent op allen een aantrekkingskracht uit door haar naam. Door haar voorbeeld leert zij alle mensen zich met haar te haasten naar het werkelijk goede, dat is God.