woensdag 26 januari 2022

Lectio divina lingua latina Liturgia Horarum Die 26 ianuarii SS. Timothei et Titi, Episcoporum Bonum certamen certavi. Ik heb de goede strijd gestreden.



Memoria
Ad Officium lectionis

Timotheus et Titus, discipuli et adiutores apostoli Pauli, alter Ecclesiæ Ephesinæ præfuit, alter vero Cretensi. Ad eos scriptæ sunt epistolæ quæ pastorales vocantur et in quibus optimæ continentur admonitiones pro pastorum et fidelium institutione.
Lectio altera
Ex Homilíis sancti Ioánnis Chrysóstomi epíscopi
(Hom. 2 de laudibus sancti Pauli: PG 50, 480-484)
Ter inleiding
Als leerlingen en helpers van de apostel Paulus worden, daags na zijn feestdag, Timoteüs en Titus herdacht. De eerste was aan het hoofd gesteld van de christengemeente van Efeze, de ander had de leiding van de kerk op het eiland Kreta. Paulus schreef aan hen de brieven die bekend staan als de pastorale brieven en die talrijke aanwijzingen bevatten voor de vorming van de gelovigen en hun herders.
Tweede lezing
Uit een homilie van de heilige Johannes Chrysostomus, bisschop van Constantinopel († 407)
Ik heb de goede strijd gestreden.
Paulus bewoonde zijn gevangeniscel als was zij de hemel zelf. De verwondingen van de geselslagen aanvaardde hij met meer vreugde dan anderen naar de prijs voor een overwinning grijpen. Hij hield niet minder van de inspanningen dan van de beloning, omdat hij de inspanningen als een beloning beschouwde. Een genade noemde hij ze daarom. Zie maar eens. Hij noemt het een beloning ‘ontbonden te worden om met Christus te zijn’, maar ‘in het lichaam blijven, dat is een strijd’ (Fil. 1, 23.24). Toch kiest hij het laatste. Het is voor hem een noodzaak, zegt hij.

Door een vloek van Christus verwijderd worden, dat was een strijd en lijden, en erger dan dat, maar bij Hem zijn, de hoogste beloning. Voor strijd en lijden kiest Paulus om Christus’ wil.

Nu zal wellicht iemand opmerken dat voor Paulus dat alles vanwege Christus een genoegen was. Dat beweer ik immers ook: wat voor ons een bron is van verdriet, verschafte hem grote vreugde. En waarom zou ik gevaren en andere tegenslagen opnoemen? Zijn verdriet hield niet op. Daarom zegt hijzelf: ‘Niemand is zwak of ik ben het ook. Niemand komt ten val of ik sta in brand’ (2 Kor. 11, 29).

En ik spoor je aan dit grote voorbeeld van deugd niet alleen te bewonderen, volg het ook na. Zo kunnen wij dezelfde lauwerkrans verwerven als hij. Als jij je erover verbaast dat jij voor dezelfde prestatie dezelfde beloning zult krijgen, luister dan naar wat hij hierover zegt: ‘Ik heb de goede strijd gestreden, de wedloop voltooid, het geloof bewaard. Nu wacht mij de krans der gerechtigheid, waarmee de Heer, de rechtvaardige Rechter, mij zal belonen op de grote dag, en niet alleen mij, maar allen die met liefde uitzien naar zijn komst’ (2 Tim. 4, 7-8).

Je ziet hoe hij iedereen roept om in dit lot te delen. Voor ons allen is hetzelfde weggelegd. Daarom moeten wij ons allen inspannen om het goede te verkrijgen dat ons is beloofd.

Let niet enkel op de omvang en het belang van wat Paulus gepresteerd heeft, kijk ook naar de kracht van zijn toewijding waardoor hij zo’n grote genade naar zich toe kon trekken, en naar zijn overeenkomst in aanleg met ons: want alles wat ons eigen is, was ook zijn deel. Zo zullen ook de zwaarste problemen ons eenvoudig lijken en simpel. En als wij in dit korte leven hebben gezwoegd, zullen wij uiteindelijk die onvergankelijke, eeuwige krans wegdragen, door de genade en de menslievendheid van onze Heer Jezus Christus, aan wie de glorie behoort en de macht, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Second reading
From a homily by Saint John Chrysostom, bishop
I have fought the good fight
Though housed in a narrow prison, Paul dwelt in heaven. He accepted beatings and wounds more readily than others reach out for rewards. Sufferings he loved as much as prizes; indeed he regarded them as his prizes, and therefore called them a grace or gift. Reflect on what this means. To depart and be with Christ was certainly a reward, while remaining in the flesh meant struggle. Yet such was his longing for Christ that he wanted to defer his reward and remain amid the fight; those were his priorities.
  Now, to be separated from the company of Christ meant struggle and pain for Paul; in fact, it was a greater affliction than any struggle or pain would be. On the other hand, to be with Christ was a matchless reward. Yet, for the sake of Christ, Paul chose the separation.
  But, you may say: “Because of Christ, Paul found all this pleasant.” I cannot deny that, for he derived intense pleasure from what saddens us. I need not think only of perils and hardships. It was true even of the intense sorrow that made him cry out: Who is weak that I do not share the weakness? Who is scandalised that I am not consumed with indignation?
  I urge you not simply to admire but also to imitate this splendid example of virtue, for, if we do, we can share his crown as well.
  Are you surprised at my saying that if you have Paul’s merits, you will share that same reward? Then listen to Paul himself: I have fought the good fight, I have run the race, I have kept the faith. Henceforth a crown of justice awaits me, and the Lord, who is a just judge, will give it to me on that day – and not to me alone, but to those who desire his coming. You see how he calls all to share the same glory?
  Now, since the same crown of glory is offered to all, let us eagerly strive to become worthy of these promised blessings.
  In thinking of Paul we should not consider only his noble and lofty virtues or the strong and ready will that disposed him for such great graces. We should also realise that he shares our nature in every respect. If we do, then even what is very difficult will seem to us easy and light; we shall work hard during the short time we have on earth and someday we shall wear the incorruptible, immortal crown. This we shall do by the grace and mercy of our Lord Jesus Christ, to whom all glory and power belongs now and always through endless ages. Amen.