maandag 24 januari 2022

25 januari Feest Bekering Sint Paulus DE GODDELIJKE GLANS OP HET GELAAT VAN CHRISTUS

“Ananias, sta op en begeef u naar de Rechte Straat en vraag in het huis van Judas naar Saulus van Tarsus; hij is juist in gebed. Saulus zag reeds in een visioen een man, Ananias, binnenkomen en hem de handen opleggen opdat hij weer zou zien- . Ga, want deze man is mijn uitverkoren werktuig om mijn Naam uit te dragen onder heidenen en koningen en onder de zonen van Israël. Ik zal hem laten zien hoeveel hij om mijn Naam moet lijden”.
(cf Hand. 9, 11-12, 15).

Over het algemeen neemt men aan dat op 25 januari oorspronkelijk de gedachtenis van de Translatie van het gebeente van de apostel Paulus werd gevierd, zoals het Martyrologium Hieronymianum bericht en niet dat van zijn bekering. Van dit feest zijn er schriftelijke getuigenissen vanaf de 8e eeuw. Sinds paus Innocentius III [1160 – 1216] het feest voor de hele Kerk invoerde werd het met grote plechtigheid gevierd. De liturgische kleur is rood en verwijst naar het martelaarschap van Paulus.


Opmerkelijk is dat de apostel na de overweldigende ervaring van zijn wonderbaarlijke bekering zich niet onmiddellijk oppakte om het Evangelie te gaan verkondigen maar dat hij zich eerst gedurende drie jaar in de eenzaamheid [Arabia] terugtrok alvorens terug te keren naar Jeruzalem.

God, Gij hebt de hele wereld onderricht
door de prediking van de Heilige Apostel Paulus.
Wij vragen U, nu wij vandaag zijn bekering vieren:
help ons door zijn voorbeeld op onze weg naar U
en laat ons voor de wereld getuigen van uw waarheid.
Door Christus, onze Heer.

Zo luidt het collectegebed in het Missaal van Paus Paulus VI. 


De apostel heeft voor iedere levenssituatie voor mij het passende woord en verwijst toch telkens naar Christus.
“Ik ben ervan overtuigd, dat dood noch leven, engelen noch heerschappijen, heden noch toekomst, geen krachten, hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel bij machte is ons te scheiden van de liefde Gods, die is in Christus Jezus, onze Heer (Rom 8, 38).
“Dezelfde God, die gezegd heeft: ‘Licht moet schijnen uit het duister’, is als een licht in onze harten opgegaan, om de kennis te doen stralen van zijn heerlijkheid, die ligt over het gelaat van Christus” (2 Kor 4,6).
“Maar wij verkondigen, naar het woord van de Schrift (Jes 64, 3(4). 65.17b), wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord, wat in geen mensengeest is opgekomen, al wat God heeft bereid voor die Hem liefhebben  (1 Kor 2,9).
“Gij staat aan geen enkele beproeving bloot die de menselijke maat overschrijdt. En God is getrouw: Hij zal niet toelaten dat gij boven uw krachten beproefd wordt. Met de beproeving bepaalt Hij al het einde, zodat gij ze kunt doorstaan” (1 Kor 10, 13).


In het Getijdengebed bidden we dikwijls de kantiek van de H. Paulus (Ef 1, 3-10 e.v.). Het is wonderbaarlijk, want daardoor kan men de hemelse lofzang als het ware ‘herkauwen’ om daaruit voedsel voor het geestelijk leven te halen, zoals door de kerkleraren wordt aanbevolen. Voor het geschenk van het geloof en de Kerk, voor welke eenheid wij deze week bijzonder bidden, geeft de apostel Paulus de volgende woorden:
Ik smeek de God van onze Heer Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid, u de Geest te geven van wijsheid en openbaring om Hem waarachtig te kennen. Moge hij uw innerlijk oog verlichten om in te zien, hoe groot de hoop is, gewekt door zijn roeping, hoe rijk de heerlijkheid van zijn erfdeel temidden der heiligen en hoe overgroot zijn macht in ons die geloven. Deze beantwoordt aan de oppermachtige werking van zijn kracht die Hij heeft ontplooid in Christus zelf, toen Hij Hem opwekte uit de doden en plaatste aan zijn rechterhand in de hemelen, hoog boven alle Heerschappijen, Machten, Krachten en Hoogheden, en boven elke naam die genoemd wordt niet alleen in deze maar ook in de toekomstige eeuw. En alles heeft Hij onder zijn voeten gelegd, en Hemzelf, verheven boven alles, heeft Hij als Hoofd gegeven aan de Kerk, die zijn Lichaam is, de Volheid van Hem die het al in alles vervult (Ef. 1, 16-23).
Het licht van het Evangelie dat de heidenen verlicht
  
Heer, laat bij deze viering van de Eucharistie
de Heilige Geest over ons komen
met het licht van het geloof,
waarmee Hij de heilige apostel Paulus
altijd heeft verlicht bij de verkondiging van uw grootheid.
Door Christus onze Heer.
Gebed over de Gaven

Wanneer de heilige apostel Paulus over zijn bekering sprak, deed hij dat alleen in grote nederigheid, dankbaarheid en lofprijzing voor de goddelijke genade, die hem, die zich zelf als de ‘misgeboorte’ bestempelde, ten deel viel.

Het feest van de Bekering van de apostel Paulus moge een aanleiding zijn om zelf te danken voor de eigen bekering en het geschenk van het geloof.
De heidenen, tot wie Paulus zich op de eerste plaats wendde, zijn wij.
Laten we dankbaar gedenken dat wij tot die volkeren behoren, die, zoals wordt gezongen in de kantiek Nunc dimittis van de Completen, het Licht dat de heidenen verlicht, om niet hebben ontvangen.